Geplaatst op: 21-05-2010
De plannen rond het kustlaboratorium,worden kritisch gevolgd.
wat zijn de gevolgen voor deze polder?
Kamperland 20 mei 2010.
Kustlaboratorium.
Deze week zag ik in een reactie van Stichting De Levende Delta over het geplande Kustlab van Het Zeeuwse Landschap dat men zich er tegen verzette dat eventueel zeedijken verlaagd zouden worden. De Levende Delta biedt een nuttig tegenwicht tegen de groene krachten die stevige machtsposities hebben veroverd in de loop der jaren.
Ik denk wel, dat je het plan van het Kustlab in zijn geheel moet kennen, voordat je daar een afgewogen oordeel over kunt vellen. Laat een gegeven voorop staan. Aan de veiligheid mag niet worden getornd.
Er is kort geleden een besloten bijeenkomst van de gemeenteraad geweest, waarover ik geen inhoudelijke mededelingen mag doen. Daarin zijn aan de orde geweest StichtingDe Zeeuwse Tong en vervolgens het Kustlab. Uit deze gelijktijdigheid kun je wel bepaalde conclusies trekken.
Waar ik wel iets over mag zeggen, is het plaatje, een soort luchtfoto, van hoe het er uit zou kunnen zien. Dit is een tijd geleden geplaatst in de PZC. Je ziet dan dat er van land water wordt gemaakt. Sommigen vinden dat erg, anderen vinden dat het hoort bij de economische dynamiek van de agrarische sector. Ik dacht er pas over na, toen ik in Italië over Milaan naar Turijn reed. In de Povlakte, ter hoogte van Novarra, stonden zeer grote oppervlakten onder water, vanwege de teelt van rijst. Dat gebeurt daar al heel lang en niemand maakt daar negatieve opmerkingen over.
Als ik naar de recente geschiedenis van ons mooie eiland kijk, dan merk ik op, dat in de jaren ’70 het landschap voornamelijk uit akkers bestond. In de winter grijs en ook wel grauw. Sommigen worden daar depressief van,maar mij gaf het toch een gevoel van geborgenheid, met name met een glas volle rode wijn erbij. In plaats van een dam werd in de Oosterschelde een stormvloedkering aangelegd, waardoor er aan de noordzijde van ons mooie eiland nieuwe dijken werden aangelegd, die tot gevolg hadden dat er inlagen bij kwamen. Dat noem ik een gordel van smaragd. Velen kennen de schoonheid daarvan niet, want je ziet er meer Belgen dan Nederlanders. Ik vind dit een verrijking van Noord-Beveland. Pakweg 20 jaar later werden akkers ingezaaid met gras en kwamen enkele grote koeieboeren naar hier.
Een agrarische ondernemer (vroeger heette dat boer) gaat het niet om de tonnen gewas die een akker opbrengt, maar om de ton(nen) in Euro’s. Als hij meer kan verdienen met struisvogels dan met koeien, zal hij dat doen. Als die handige jongens in Wageningen rijst manipuleren voor de teelt hier, en dat brengt veel geld op, dan kan een boer hier ook zijn land onder water zetten. Deze voorbeelden liggen overigens niet voor de hand. Wat nu voor ons ligt, is om in de plaats van koeien vis te gaan opkweken. Niet om dat we dat leuk vinden, of omdat dat past binnen groene doelstellingen, maar vanwege de Euro’s.
Als ik nog eens naar dat plaatje kijk, dan kan het best wel zo zijn, dat die wijziging in het landschap geen verslechtering hoeft in te houden. Wij moeten daar nog met elkaar verder over praten. Als deze onderneming economisch levensvatbaar is, en goede toekomstperspectieven voor de werkgelegenheid op ons mooie eiland biedt, moeten we daar niet op voorhand al nee tegen zeggen. Er is nog geen besluit genomen, maar u kunt er van verzekerd zijn, dat het CDA zeer kritisch zal zijn op veiligheid en landschappelijke inpassing.
Mark Faasse
|